| ANNEKE COPPOOLSE-SCHIPPER KERAMIEK |
||||
![]() |
Bij het vormen van objecten gebruikt zij regelmatig mallen of eerder gemaakte objecten. Uit het ene werkstuk volgt de inspiratie voor het volgende. Zij bakt haar biscuit op 950 C en bakt haar aardewerk af, al dan niet geglazuurd, op 1050íc. Haar tuinobjecten zijn gemaakt van steengoedklei, welke afgebakken worden op 1250 C. Door de hoge temperatuur is de scherf zodanig versinterd, dat deze geen vocht meer bevat en dus winterhard is. In haar keramisch werk wil Anneke de schoonheid van de natuur in organische of geabstaheerde vorm tot uiting brengen. In haar werk ligt de nadruk op beweging, niet alleen de beweging van water (haar uitgangspunt), maar de oneindige beweging in het algemeen, gebaseerd op de filosofie dat alles verbonden is en deel uitmaakt van een groter geheel, dat zich in golfbeweging ontwikkelt. Haar filosofie wordt het beste weergegeven in objecten waarin de organische oerkracht van de natuur wordt verbeeld. Elk nieuw kunstwerk is voor haar weer een ontdekkingsreis. Een spel met lijn en vorm, schaduwwerking en glazuur. Haar vormentaal kenmerkt zich door een combinatie van natuurlijke eenvoud en verwevenheid die blijft boeien. Dit effect bereikt ze door het gebruik van zuivere vormen en het zoeken naar spanning in harmonie. Het spel met schaduwen geeft een levendig effect. Haar glazuurbewerking is geænt op haar filosofie dat kleur niet moet afleiden, maar de vorm moet versterken. Het glazuur doet eenvoudig, subtiel en natuurlijk aan. Het werk begint bij de keuze van de klei; elke klei geeft een andere uitstraling. Anneke werkt graag met fijne chamotte, waarmee ze strak kan werken en waarmee ze een warme uitstraling kan verwezenlijken. Anneke Coppoolse volgde in de zestiger jaren de lerarenopleiding voor tekenen en textiele werkvormen te Rotterdam en gaf vele jaren les in deze twee vakken. In 1991 ontdekte ze de enorme veelzijdigheid van klei en de mogelijkheden die ruimtelijk werken bieden. |
|||
![]() |
||||
![]() |
||||